Lezingen
Prijs per lezing:
7,-
Alle lezingen:
40,-
(tenzij anders vermeld)
Zondag 3 februari: 14.00 - 16.00 uur
Herman en Jetje: Met de droom als wapen (Theater)
Theatergezelschap Oneffe speelt de theatervoorstelling Herman en Jetje: Met de
droom als wapen, over de dichters Herman Gorter en Henriëtte Roland Holst en actie
voeren in de jaren tachtig. Over vriendschap, vechten, liefde en kunst. Jong zijn,
idealen hebben, ouder worden en dan? Herman Gorter (1864 -1927) en Henriëtte Roland
Holst- van der Schalk (1867- 1952) waren bekende dichters én toonaangevende politieke
figuren in het begin van de roerige 20e eeuw. Zelf afkomstig uit de betere klasse, kiezen
Gorter en Roland Holst voor het communisme en de arbeidersbeweging. Ze geloven dat de
Revolutie het heil op aarde brengen zal. Henriëtte vertaalt de 'Internationale', Herman
komt soms door zijn politieke werk nauwelijks aan dichten toe. In de voorstelling zien we
hoe beiden terugkijken op een bewogen tijd : vol onderlinge meningsverschillen, de eerste
wereldoorlog en de Russische Revolutie. We zien hoe deze gebeurtenissen een weerslag
hebben op vriendschap, idealen en poëzie. Hoe beiden anders met een verloren ideaal omgaan.
Ook andere bevlogen mensen komen aan het woord: gewoon een 'aardige kraakster met een tuba',
vertelt haar verhaal van idealen en actie, in de 80 er jaren. Een voorstelling over idealisme:
wat deed het met Herman en Jetje, wat deed het met ons én wat doen wij met ons idealisme?
Waarvoor gaat u tegenwoordig de straat nog op? De voorstelling vindt plaats in de
Bondsraadszaal van het ANDB-gebouw die voor beiden een heel bijzondere betekenis heeft
gehad. Tekst: Zjuul Burgering , Herman Gorter en Henriëtte Roland Holst.Regie: Marjan
Wolfseher, Spel: Zjuul Burgering en Hans Daalder, Video opnamen: Ynze Baumfalk,
Grafische vorm-geving: Alfred Smid. Prijs:
10,-
Zondag 10 februari: 14.00 - 16.00 uur
J.C. Bloem; Van alle dingen los
Bernard Kruithof interviewt biograaf Bart Slijper over Van alle dingen los. Het leven
van J.C. Bloem. J.C. Bloem (1887-1966) was een van de belangrijkste Nederlandse dichters
van de twintigste eeuw en bovendien een kleurrijke figuur. Zijn poëzie is nog steeds
bijzonder geliefd. Bloem schreef essays, recensies en gedichten, en vooral was hij aan
het lezen, dag en nacht, of hij dronken was of nuchter, op zijn werk of thuis: hij was
van alles op de hoogte. Bloems wereld bestond voor een groot deel uit literatuur. Niet
opgewassen tegen de eisen van de maatschappij vluchtte hij in mateloos drankgebruik.
De biografie van Bart Slijper beschrijft Bloems leven met evenveel aandacht voor
literair-historische onderwerpen als voor de triviale zaken. Bart Slijper (1963)
studeerde Nederlands in Groningen en publiceerde eerder onder meer de brieven van Bloem
aan H. Marsman en Albert Verwey. Bernard Kruithof is verbonden aan de bachelor
Gedrag & Samenleving (UvA) en het Instituut voor Interdisciplinaire Studies IIS (UvA).
Tevens is hij voorzitter van de Theo Thijssen Stichting.
Zondag 24 februari: 14.00 - 16.00 uur
Nina Targan Mouravi: Rusland Lethe Lorelei
De Georgisch-Russische Nina Targan Mouravi debuteerde in 2005 met een verzamelbundel
Rusland Lethe Lorelei en publiceerde vervolgens Laatste Liefde (met Tjoettsjev-vertalingen
van haarzelf en Frans Joseph van Agt). In december 2007 verscheen de bundel Europa's
tedere handen, met gedichten van Mandelstam. Zij treedt regelmatig op met tweetalige
voordrachten uit de Russische poëzie, die zich onderscheiden door een uitgesproken
muzikale benadering. Haar stem was te horen op de VPRO radio en radio Klara van BRT.
Targan Mouravi reciteert gedichten van o.a. Achmatova, Tjoettsjev en Mandelstam.
Vincent Klos zingt de liederen van de Moskouse bard Boelat Okoedzjava.
(Toegangsprijs
10,-)
Zondag 2 maart: 14.00 - 16.00 uur (Lezing/muziek)
Jiddische poëzie, gezegd en gezongen
Willy Brill spreekt over Jiddische poëzie naar aanleiding van haar boek Sprakeloos water;
Spiegel van de Jiddische poëzie. De moderne Jiddische poëzie vond zijn oorsprong in het
Oost-Europa van de negentiende eeuw en kwam in de twintigste eeuw ook internationaal tot
bloei door de grootscheepse emigratie van joden naar Amerika en Israël. De Oktoberrevolutie,
het zionisme en het antisemitisme drukten een stempel op de joodse geschiedenis en
daarmee op de Jiddische literatuur. De Jiddische poëzie groeide onder de diverse invloeden
uit tot een universele en vitale dichtkunst. Voor deze tweetalige bundel heeft Willy Brill
de mooiste, ontroerendste en leukste gedichten uit de veelomvattende Jiddische dichtkunst
verzameld en vertaald.
Willy Brill nam in 2000 het initiatief tot het oprichten van de Stichting Jiddisj,
die als doel heeft het in stand houden en bevorderen van de Jiddische taal, literatuur en
cultuur in Nederland. Zij geeft workshops vertalen uit en naar het Jiddisch en is de
drijvende kracht achter het tijdschrift Grine Medine, het literaire blad voor de
liefhebber van het Jiddisch, en achter de succesvolle Jiddische Bibliotheek, die in 1996
door uitgeverij Vassallucci werd opgezet, en als Nieuwe Jiddische Bibliotheek is voortgezet
door uitgeverij L.J.Veen.
Het programma wordt omlijst met zang en muziek door zangeres Rolinha Kross en gitarist
Harold Berghuis.
(Toegangsprijs
10,-)
Zondag 6 april: 14.00 - 16.00 uur
De heldin heeft geen beroep
Het duurt tot diep in de 20e eeuw voordat het gebruikelijk wordt dat de heldin uit
een roman een beroep krijgt. Maar opvallend is dat mannelijke schrijvers hun romanfiguren
het liefst een verzorgend beroep geven zoals verpleegsters, verkoopsters of kantoorbediendes.
Bij vrouwelijke auteurs komen we wel bibliothecaressen en leraressen tegen. Maar dat een
romanheldin een beroep krijgt, is al een opvallende ontwikkeling. Tot diep in de
negentiende eeuw is de heldin een jongejuffrouw zonder beroep, wier diepste wens is te
trouwen. In de middeleeuwen komen er overigens wel een soort beroepsgroepen voor onder
de literaire helden. Nonnen en edelvrouwen bevolken de vertellingen. In de zeventiende
eeuw zijn er grote verschillen in de uitwerkingen van literaire helden. Enerzijds zijn
er de boerinnen en lompenraapsters van Bredero, anderzijds de adellijke historische
vrouwen of bijbelse figuren van Hooft en Vondel. In deze lezing zal Marita Mathijsen
nagaan hoe de vrouwelijke hoofd- en bijfiguren door de eeuwen heen gepositioneerd zijn
in de maatschappij. Marita Mathijsen is hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde (UvA)
en schrijft al bijna dertig jaar toegankelijke, breed opgezette artikelen en boeken over
de negentiende eeuw in Nederland.
Zondag 20 april: 14.00 - 16.00 uur
Op zoek naar de ware Jaco
Op zoek naar de ware Jaco; Jacob Frederik Muller alias Jaco (1690-1718), zijn criminele
wereld, zijn berechting en de mythe na zijn dood Historicus Frans Thuijs spreekt over Op
zoek naar de ware Jaco; Jacob Frederik Muller alias Jaco (1690-1718), zijn criminele wereld,
zijn berechting en de mythe na zijn dood (tevens de titel van het proefschrift waarop hij
in 2007 promoveerde). Jaco, Sjaco of Sjakoo, bij het Amsterdamse gerecht bekend als Jacob
Frederik Muller, werd na een proces van tweeëneenhalf jaar op 6 augustus 1718 op de Dam
voor het stadhuis geradbraakt wegens een aantal overvallen. In de herinnering leefde hij
voort als een boef, tevens weldoener, die opereerde vanuit zijn 'fort' op de Elandsgracht.
In zijn proefschrift beschrijft Frans Thuijs de wereld waarin Jaco leefde, zijn criminele
loopbaan, zijn bijzondere berechting en wat men van hem heeft gemaakt na zijn dood.
Zondag 1 juni: 14.00 - 16.00 uur (Lezing/excursie)
Onbekend maakt onbemind. De Chinese gemeenschap in Amsterdam
Het ontstaan van Chinese leefgemeenschappen overal ter wereld rond de eeuwwisseling
van de 19e en 20ste eeuw, vindt zijn oorsprong in wanhoop en armoede in het moederland
China, en nieuwe wanhoop en isolement in de landen van aankomst. In 1911 werden Chinezen
met honderden tegelijk door de stoombootmaatschappijen naar de havens van Amsterdam en
Rotterdam gehaald om als stoker de plaats van Nederlandse zeelieden in te nemen. Geliefd
waren de Chinezen niet. En ook later, na de tweede wereldoorlog, toen de Chinese
restaurants een bloeitijd doormaakten, bleef het een besloten, mysterieuze en onbeminde
migrantengroep met alle vooroordelen van dien.
Drs. Mariska Stevens beschrijft deze vorm van xenofobie en analyseert de wijze waarop het
zogenaamde 'gele gevaar' vele decennia later nog steeds de internationale politiek domineert.
Mariska Stevens is linguïstisch cultureel antropoloog. Zij is directeur van de Blue Water
Dragon Foundation, een non-profitorganisatie die projecten ontwikkelt ten behoeve van
voorlichting, interculturele communicatie en samenwerking. Aansluitend kunt u deelnemen aan
een wandeling over de Zeedijk en omtrek waar u nader kennis kunt maken met de Amsterdamse
Chinese gemeenschap. Uw gids daarbij is Angeline Joordens.
NB de excursie start om 13 uur in De Burcht
Prijs
12,50.
Zondag 5 oktober: 13.00 - 16.00 uur (Lezing/excursie)
Mensonterende praktijken
Zondag 5 oktober Excursie Mensonterende praktijken
Mensenhandel is een grensoverschrijdende criminaliteit en vormt een ernstige
schending van de mensenrechten. Ook in Nederland zijn er mensen die zich in extreme
uitbuitingssituaties bevinden of onder dwang werken. Dit gebeurt niet alleen in de
prostitutiesector, maar ook in sectoren waar u en ik dagelijks mee te maken
hebben. Zoals de horeca, bouw, tuinbouw en huishoudelijke sector. Per jaar
gaat het naar schatting om enkele duizenden mannen, vrouwen en kinderen die
in Nederland slachtoffer worden van deze moderne vormen van slavernij.
Sylvia Borren (directeur Oxfam-Novib) en Sanne Kroon (projectmedewerker Bonded Labour in
Nederland/Humanitas) houden inleidingen over uitbuitingssituaties, die ook bij ons in de
buurt plaats vinden. Aansluitend kunt u deelnemen aan een rondleiding door de Rosse Buurt
van Amsterdam onder leiding van Angeline Jordens.
NB de excursie start om 13 uur in De Burcht
Prijs
12,50.
Zondag 26 oktober: 14.00 - 16.00 uur
Hoe de volkshuisvesting de weldadige stadsbouwkunst van H.P. Berlage dicteerde
Hoe 'links' was de architect van het ANDB-gebouw, het 'Bondsgebouw', aan de Henri
Polaklaan en tevens (en ongeveer gelijktijdig rond 1900) van het kapitalistische bolwerk,
de Koopmansbeurs aan het Damrak, H. P. Berlage (1856-1934)? Architectuurpublicist en
kleinzoon van Berlage, Max van Rooy (1942) schrijft de biografie van zijn grootvader en
zal spreken over deze intrigerende vraagstelling. Berlage idealiseerde de op de middeleeuwen
geïnspireerde monumentale gemeenschapskunst, kunst in dienst van een idee. En dat idee was
de sociaaldemocratische gelijkheidsdroom die gestalte kreeg in een ambachtelijk gemaakt
bouwwerk. Om deze droom te verwezenlijken moesten architecten, beeldend kunstenaars,
glazeniers en literatoren de handen ineen slaan. De Beurs en De Burcht van Berlage zijn
twee sublieme voorbeelden van dit ideaal. Na De Beurs en De Burcht bleven voor Berlage de
grote maatschappelijke opdrachten uit. Hij ontwierp villa's voor linkse, zo niet
communistische kunstenaars en intellectuelen (Rik en Henriëtte Roland Holst, Herman Gorter,
Frederik van Eeden). In 1914 ging Berlage, min of meer uit armoede, in vaste dienst bij
de grootste kapitalisten van Nederland, het echtpaar Kröller-Müller. Tijdens dit
dienstverband (dat niet goed afliep) ontwierp hij zijn meest idealistische en nooit
gerealiseerde bouwwerk: het Pantheon der Menschheid. Over het dilemma tussen idealisme
en realisme, tussen sociale betrokkenheid en rationele architectuurpraktijk, gaat de
voordracht van Max van Rooy. En over de toen gangbare levensbeschouwelijke overtuigingen,
over theosofie, antroposofie en alle andere sofieën die in de tijd van de zelfgemaakte
filosoof Bolland populair waren. Berlage eindigde, heel veilig, net als Henriëtte Roland
Holst, bij wat hij en zij noemde het 'christelijk socialisme'. In zijn lezing zal Max van
Rooy toelichten waarom zijn grootvader niet aan verscheurdheid ten onder ging.
Zondag 16 november: 14.00 - 16.00 uur
Nacht in de Plantage
Weinigen hebben in de arbeidersbeweging zo tot de verbeelding gesproken als Ferdinand Domela
Nieuwenhuis (1846-1919). Historicus Jan Willem Stutje, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen,
is momenteel bezig met het schrijven van de biografie van de aartsvader van het Nederlandse
socialisme. Vanuit een vijftal nieuwe invalshoeken tracht Stutje het gangbare beeld aan te vullen
en te corrigeren. Centraal staan Domela's charisma, het romantisch revolutionaire engagement, de
orale cultuur en de internationale contacten. Zijn leiderschap wordt vergeleken met dat van
tijdgenoten in eigen land, onder wie Abraham Kuyper en Pieter Jelles Troelstra, maar ook met
buitenlandse geestverwanten als César de Paepe en Ferdinand Lassalle. Stutje schreef eerder
biografieën van de Nederlandse communist Paul de Groot en de Vlaamse marxistische econoom en
historicus Ernest Mandel.