Het onderzoeksprogramma van de Henri Polakleerstoel omvat een uitvoerig onderzoek naar de relatie tussen solidariteit en verzorgingsstaat. In dit onderzoek wordt nagegaan of de trends van individualisering en van globalisering de solidariteit, die het draagvlak vormt voor de verzorgingsstaat, dreigt te ondergraven. Het onderzoek wordt uitvoerd door prof. dr. Paul de Beer (email: p.t.debeer@uva.nl) en dr. Ferry Koster. Dit onderzoek wordt financieel mogelijk gemaakt door een subsidie van de Stichting Instituut GAK. In september 2007 wordt het onderzoek afgerond met de publicatie van een boek, Voor elkaar of uit elkaar, bij Uitgeverij Aksant.
De discussie over de toekomst van de verzorgingsstaat is de laatste jaren opnieuw
opgelaaid. Steeds vaker worden er vraagtekens gezet bij de duurzame houdbaarheid
van de verzorgingsstaat in zijn huidige vorm, gezien de ingrijpende maatschappelijke
veranderingen die zich aftekenen. Het gaat hierbij om de vraag of een verzorgingsstaat
die in zo sterke mate een beroep doet op de onderlinge solidariteit van de burgers,
nog wel van deze tijd is. Het lijkt steeds twijfelachtiger te worden of men nog een
beroep kan doen op de traditionele gevoelens van solidariteit en lotsverbondenheid
die het fundament vormen onder de verzorgingsstaat.
In het project 'Solidariteit en verzorgingsstaat' worden twee ontwikkelingen geanalyseerd
die kunnen verklaren waarom de solidariteit aan erosie onderhevig is: individualisering
en internationalisering.
Individualisering houdt in dat mensen steeds vrijer worden om eigen keuzen te maken,
hun leven naar eigen inzicht vorm te geven. Bij grotere keuzevrijheid hoort echter
ook meer eigen verantwoordelijkheid: mensen moeten worden aangesproken op de gevolgen
van hun keuzen. Deze ontwikkeling staat op gespannen voet met het uitgangspunt van
de traditionele verzorgingsstaat, dat burgers dienen te worden beschermd tegen de
rampspoed die hen kan overkomen door de wisselvalligheden van het kapitalistische
systeem en het moderne bestaan: ongevallen, ziekte, werkloosheid en inkomensverlies
door ouderdom. Naarmate mensen er meer van overtuigd raken dat ieder zijn lot in
eigen handen heeft, dreigt het fundament onder de solidariteit met anderen
te worden ondergraven.
Ook de trend van internationaliserings kan de traditionele solidariteit aan het
wankelen brengen. De verzorgingsstaat heeft van oudsher een sterk nationaal
karakter. De verdere integratie in de Europese Unie en de economische globalisering
leiden er echter toe dat nationale grenzen steeds meer opengaan. Toenemende
internationale migratie zet de nationale verzorgingsstaat onder druk doordat
de meest genereuze verzorgingsstaten relatief kansarme immigranten aantrekken
('socialezekerheidstoerisme') en doordat de solidariteit dreigt te verzwakken
indien deze niet meer wordt ervaren als lotsverbondenheid met de eigen
gemeenschap. Ook de toenemende beleidsconcurrentie tussen landen zet de
nationale verzorgingsstaten onder druk. Ten gevolge van de internationale
concurrentiestrijd en het streven om investeringen van multinationals aan
te trekken, zijn nationale staten geneigd hun collectieve uitgaven terug
te dringen om een gunstig investeringsklimaat te scheppen en de lastendruk
voor het bedrijfsleven zo laag mogelijk te maken.
In het onderzoeksproject 'Solidariteit en verzorgingsstaat' worden de ontwikkelingen van individualisering en internationalisering en hun gevolgen voor de solidariteit zowel theoretisch als empirisch geanalyseerd. Nagegaan wordt welke consequenties deze hebben voor de houdbaarheid van de verzorgingsstaat en welke toekomstscenario's er denkbaar zijn.